afbeelding watermonsters 
Kwaliteitsparameters pluimvee 
Ziekten 
Slecht drinkwater kan heel wat gevolgen hebben voor de gezondheid van de dieren. Lees verder.






Zakelijk 
 
  Actief 

Hieronder vindt u een lijst met de relevante kwaliteitsparameters, inclusief de problemen die ze kunnen veroorzaken:

 

Ammonium: als ammonium zich in een erg basische PH-waarde bevindt (PH>7), dan kan het worden omgezet in het schadelijke gas ammoniak. Ammoniak kan leiden tot irritatie van de darmwand en aantasting van de longen.

 

Nitriet: Bacteriën zetten nitraat om in nitriet. Een te hoog nitrietgehalte kan leiden tot vruchtbaarheidsproblemen.

 

Nitraat: Bacteriën zetten nitraat om in nitriet. Een te hoog nitrietgehalte kan leiden tot vruchtbaarheidsproblemen

 

Chloride: Natrium en chloride reageren tot natriumchloride, dat behoort tot de zouten. Door een teveel aan zouten verandert de smaak van het water. Hierdoor gaan de dieren minder drinken, waardoor ze weer minder voer opnemen en minder presteren. Bovendien kan een overmaat van zouten leiden tot diarree. Bij pluimvee ontstaat waterige diarree bij 4.000 mg zout / liter in het drinkwater.

 

IJzer: IJzer zet zich af tegen de leidingen, drinknippels, et cetera. Een te hoog ijzergehalte kan leiden tot verstopping van de drinkwaterinstallatie, waardoor de watergift afneemt. IJzer bepaalt daarbij ook deels de smaak van water. Door een te hoog ijzergehalte kunnen de dieren minder gaan drinken.

 

Mangaan: Mangaan kan neerslaan op de leidingen en drinknippels. Een te hoog mangaangehalte leidt tot verstopping van de drinknippels. Bovendien geeft het een metaalachtige smaak aan het water, wat kan leiden tot verminderde wateropname.

 

Sulfaat: Hoge concentraties sulfaat in het water kunnen diarree veroorzaken.

Hardheid: Een te hoge hardheid van het water kan leiden tot verstopping van de drinkwaterinstallatie. Hierdoor kan de watergift flink afnemen.

 

Kalium: Een teveel aan kalium vermindert de magnesiumabsorptie. Een ernstig tekort aan magnesium kan leiden tot spiersamentrekkingen en kramp.

 

Natrium: Natrium en chloride reageren tot natriumchloride, dat behoort tot de zouten. Door een teveel aan zouten verandert de smaak van het water. Hierdoor gaan de dieren minder drinken, waardoor ze weer minder voer opnemen en minder presteren. Bovendien kan een overmaat van zouten leiden tot diarree. Bij pluimvee ontstaat waterige diarree bij 4.000 mg zout / liter in het drinkwater.

pH-waarde: De pH-waarde heeft grote invloed op de oplosbaarheid van bepaalde stoffen. Bij een lage pH kunnen veel zouten opgelost worden in het water. Bij een hoge pH is de omzetting van ammonium naar ammoniak groter. Bovendien kan een lage pH de leidingen aantasten.

 

Coliforme bacteriën: Coliforme bacteriën als E.Coli en Salmonella kunnen diarree veroorzaken. De ernst van de diarree is afhankelijk van de soort bacterie, het immuunsysteem van het dier en de hoeveelheid bacteriën die door het lichaam geabsorbeerd wordt. Als de bacteriën in de bloedbaan komen zijn de gevolgen groter dan wanneer alleen het maagdarmkanaal geïrriteerd wordt.