Na zuurstof is water de belangrijkste stof voor je lichaam. In water kun je bijna alles oplossen en omdat het vloeibaar is, werkt water als de perfecte manier om stoffen te transporteren in jouw lichaam.
Water speelt een rol bij je:
Spijsvertering
Water speelt een belangrijke rol bij de spijsvertering. Alles wat je eet wordt in je maag door het maagzuur in hele kleine deeltjes veranderd. Alles wat je lichaam nodig heeft aan vitaminen, mineralen en voedingsstoffen komt uit het voedsel en wordt door je bloed (meer dan 92 procent water) naar al je cellen in al je lichaamsdelen gebracht.
Lichaamstemperatuur
Een van de meest spectaculaire taken van water is het bewaken van onze ideale lichaamstemperatuur. Als de temperatuur van jouw lichaam warmer wordt dan ca. 37,5 graden, ga je transpireren (zweten). Dat gebeurt in een warme omgeving, bij inspanning of door koorts.
Het transpiratievocht zorgt voor verkoeling: als de zweetdruppeltjes op je huid verdampen, wordt een flinke hoeveelheid warmte verbruikt. Die warmte komt van je huid en van je lichaam: daardoor koel je af. Dat gebeurt continu. Gemiddeld raak je per dag zo’n 300 tot 800 cc water via transpiratie kwijt. Dat kunnen enkele liters worden als het zeer warm is of bij intensieve sportbeoefening. Dan is het dus heel belangrijk om water te drinken!
Je kunt water het beste koel drinken. Het water vindt het snelste zijn weg door jouw lichaam als het een graad of 5 is. Tip: drink niet teveel (koud) water in heel korte tijd.
Vervoer van afvalstoffen
Het meeste water is nodig om afvalstoffen uit je lichaam te halen. Niet alles wat je eet en drinkt heeft je lichaam nodig. Alles wat je lichaam nodig heeft (energie en bouwstoffen) wordt via het bloed naar de juiste plek in je lichaam vervoerd. Wat overblijft of niet nodig is gaat deels via je nieren naar je blaas en verlies je als urine.
Het overige deel gaat via je dikke en dunne darm naar je endeldarm en dat poep je vervolgens uit. Op reis door je dikke darm wordt er zoveel mogelijk water uit het verteerde voedsel gehaald. Dat water gebruikt je lichaam voor het transport van alle bouwstoffen. Er moet wel wat vocht overblijven zodat je ontlasting flexibel blijft.