afbeelding kraan 
Trefwoorden 
 
 
Tappunten waarmee water kan worden gesproeid of verneveld zoals douches.

Toestel dat beveiligt tegen terugstroming van water. In de praktijk veelal keerklep genoemd. Het type beveiligingstoestel is afhankelijk van het mogelijke risico van verontreiniging van het drinkwater door het aangesloten toestel. Belangrijk is dat het juiste type is geplaatst en ook dat deze jaarlijks wordt gecontroleerd op de goede werking.
 

  • Onderbreking; dit is het zwaarste type beveiliging. Hierdoor ontstaat er een scheiding tussen de risicovolle toestellen en de leidingwaterinstallatie. Bekende voorbeelden zijn het reservoir van het toilet, de toepassing bij een autowasstraat of  bij medicijndosering.
  • Controleerbare terugstroombeveiliging met leksignalering (BA). Is geschikt als beveiliging bij zeer toxische en/of  giftige stoffen zoals chemicaliën dosering. 
  • Niet-controleerbare terugstroombeveiliging met  leksignalering (CA). Is geschikt als beveiliging bij  licht toxische stoffen zoals bij directe dosering van naglansmiddelen bij industriële vaatwasmachines.
  • Keerklep (EA) geschikt voor scheiding tussen warm en koud water en voor scheiding van leidingdelen met onvoldoende verversing zoals aansluiting van een brandslanghaspel.
  • Beluchter (DH) regelt beveiliging ter voorkoming van terughevelen van stoffen bij wegvallen van de (leverings)druk zoals de gevelkraan of de wasmachinekraan.
     Zie ook: Waterwerkblad 
     Zie ook: Beoordelingsrapporten gevaarlijke toestellen

Voorziening voor brandbestrijding met leidingwater zoals een brandslanghaspel of sprinklerinstallatie.

Systeem waarbij warm water vanaf het warmwatertoestel naar de diverse tappunten teruggepompt wordt naar het warmwatertoestel. Belangrijk is dat de watertemperatuur > 60º C blijft om groei van (legionella) bacteriën te voorkomen.

Leidingen, hulpstukken en toestellen waarmee leidingwater (water bestemd voor drinken, (af)wassen, douchen en ander huishoudelijke doeleinden) aan derden ter beschikking wordt gesteld. Voorbeelden:
  • Het leidingnet in een appartementengebouw vanaf het centrale leveringspunt van Brabant Water tot aan het leveringspunt (het meetgarnituur) van elke woninginstallatie.
  • Het leidingnet in kantoren, scholen, ziekenhuizen, hotels enz.
  • Het leidingnet op kampeerterreinen, enz.
  • Het leidingnet op en in industriële complexen, voor zover dit leidingwater betreft.

    Eigen bron
Indien naast een aansluiting van Brabant Water nog een installatie voor watervoorziening aanwezig is of wordt aangelegd bent u verplicht Brabant Water direct op de hoogte te brengen en alle verlangde gegevens betreffende die installatie te verstrekken. Tussen de openbare drinkwaterinstallatie en de eigen bron mag geen verbinding bestaan.

Een door of namens Brabant Water bij het leveringspunt aangebrachte terugstroombeveiliging. Dit is de keerklep in het meetgarnituur.

De druk direct voor het aansluitpunt van een tappunt of toestel.

Toestel dat naar zijn aard nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het leidingwater kan opleveren.

Hierbij wordt regenwater gebruikt voor toiletspoeling. Dit is een risicovolle situatie waarbij er twee leidingsystemen zijn en er kans is op besmetting van het drinkwater. Indien dit wordt toegepast in een huishoudelijke situatie dan is een BA-beveiliging noodzakelijk direct achter het meetgarnituur.

Het geheel van leidingen en toestellen waarmee water wordt geleverd voor menselijke consumptie en/of hygiënisch gebruik.

De druk die Brabant Water levert bij het (centrale) leveringspunt.

    Materialen
De toe te passen materialen en/of hulpstukken en toestellen in een leidingwaterinstallatie mogen de drinkwaterkwaliteit niet nadelig beïnvloeden. Bij loden leidingen wordt dringend geadviseerd om deze te vervangen. (Gegalvaniseerde) stalen leidingen mogen niet toegepast worden voor leidingwaterinstallaties bestemd voor menselijke consumptie of hygiëne, maar wel in bijvoorbeeld proces- of brandblus installaties.
 

Dit is het hoogst mogelijke beveiligingsniveau. Het drinkwater stroomt via vrije uitstroming van boven in een voorraadbak. Van daaruit wordt door een pompinstallatie het water doorgeleverd. Voorbeelden van onderbroken aansluiting zijn een autowasstraat (dosering schoonmaakmiddelen) of drinknippels in agrarische bedrijven.

De leidingwaterinstallatie moet zodanig worden aangelegd of beschermd dat de temperatuur van het leidingwater in de leidingen niet onbedoeld boven 25º C kan stijgen. Warm water moet na het tappen weer afkoelen tot ten hoogste 25º C om groei van (legionella) bacteriën te voorkomen.
Ongewenste opwarming kan bijvoorbeeld optreden bij leidingen in de directe nabijheid van verwarmingsleidingen in vloeren of wanden of door invloed van de zon.

Aan het einde van elke leiding moet een tappunt zijn aangebracht, “dode” leidingen zijn niet toegestaan. De inhoud van elke leiding moet wekelijks worden ververst. Wanneer dit niet gebeurt moet u wekelijks de leiding doorspoelen (bijvoorbeeld bij douche of wastafelkraan) of aan het begin van de leiding een beveiligingstoestel (EA) plaatsen (bijvoorbeeld bij brandslanghaspel of gevelkraan).

Hierbij wordt het regenwater opgevangen en weer gebruikt voor aantal toepassingen zoals het sproeien van tuinen en beplanting. Er mag geen verbinding met de drinkwaterinstallatie zijn. Als regenwater wordt gebruikt voor bijvoorbeeld toiletspoeling dan is er sprake van een huishoudwaterinstallatie.

Toevoegen of onttrekken van stoffen aan leidingwater en/of verwarmen of koelen van leidingwater, om de samenstelling en/of eigenschappen van het leidingwater te veranderen.
  • Sprinklerinstallatie: een vast aangebrachte brandblusinstallatie om een beginnende brand te detecteren, signaleren en te beheersen dan wel blussen. De installatie maakt gebruikt van sproeikoppen (sprinklers) aan het dak of plafond die bij een bepaalde temperatuur water gaan sproeien. Doordat de sprinklers al bij een beginnende brand in werking treden wordt de brand vaak goed onder controle gehouden en omdat ze zeer lokaal werken wordt de hoeveelheid waterschade beperkt. Kleine (vuurwerk) sprinklerinstallaties (zonder opvoerpomp) mogen direct worden aangesloten. Grotere installaties worden (bij voorkeur) onderbroken aangesloten.
  • Koeling: het met behulp van water koelen door
    - Koelspiraal: deze manier van koelen gebeurd door water door een spiraal of wisselaar te laten lopen om zo warmte op te nemen en af te voeren zoals bij een softijsmachine of watergekoelde airco. Beveiligen door aan het begin van de toevoerleiding een EA te plaatsen en de afvoer zichtbaar onderbroken aan te sluiten op riolering.
    - Koeltoren: behandeld water wordt zodanig rondgepompt in een toestel of toren dat er veel verdamping optreedt.

    Zwembad
Het totaal van een speel/zwembad met zuiveringsinstallatie. Belangrijk is dat het drinkwater niet direct is verbonden met het zwemwater, de suppletie dient dan ook te gebeuren door een vrije uitstroming boven het hoogst mogelijke waterniveau.

 
   
 



Huishoudelijk